Overdenking op zondagavond 2 feb 2020: HC zondag 15

01 februari 2020

Heidelberger catechismus,
Zondag 15

Johannes 1:29, Galaten 3:1-14


Jezus' vernedering

Vorige keer: Zijn ontvangenis en geboorte. Deze keer Zijn lijden en kruisiging. In Zijn vernedering zien we Zijn liefde.


1. De rijkdom van Jezus lijden

Jezus’ lijden: lichamelijk door mensen, naar de ziel onder Gods toorn, vervloeking. Als Iemand dat voor je overheeft……wat heeft Hij je dan lief. Galaten 3 stelt de vraag: als je God liefhebt, Hem verlangt te dienen, hoe komt dat? Door de werken? Nee, dat kan niet. Door het geloof! Het geloof in Jezus. Aan het werk dat Jezus voor je deed. Dan geldt: Hij voor mij. Ik voor u, daar gij anders de eeuwige dood had moeten sterven. Wat een verlossing! Dat verdiept mijn zondekennis: dat ik Hem dit heb aangedaan en dat ik Zijn liefde altijd te weinig besef. Het verdiept de dankbaarheid: dan is Hij alles waard, nooit kan Hij teveel van mij vragen.


2. Het aanbod van Jezus lijden

De één zegt dat zomaar niet: Jezus stierf voor mij. Want er is toch ook uitverkiezing. Een ander zegt: het staat toch in de Bijbel? Dus dat moet je geloven. 

De Bijbel kent om zo te zeggen twee rijen teksten: ruime teksten die Jezus lijden in verband brengen met de wereld. (Johannes 1:19, I Johannes 2:2) Als je alleen hiernaar kijkt kun je denken: zie je wel Hij stierf voor iedereen. Als ik het wil en blijf geloven word ik zalig. Het zwaartepunt ligt dan bij mijn wil om te (blijven) geloven. De andere rij teksten (Galaten 3:13, Johannes 10:14, Openbaringen 5:9) brengt het lijden van Jezus in verband met ‘ons’ of: de schapen. Wie alleen daarop let kan denken: zie je wel dat je eerst moet weten of je daarbij hoort, bij de uitverkorenen.

De Catechismus neemt beide lijnen serieus. De eerste rij teksten geeft aan wat Jezus leed, hoeveel, hoe zwaar: antw 35 begin: de toorn Gods tegen de zonde van alle mensen. Zoveel. Daarin ligt ruimte. De deur is wijd genoeg. Voor ieder is er plaats. Ieder wordt geroepen: kom tot Jezus. Onvoorwaardelijk. 


3. Het antwoord op Jezus lijden

En dan? Twee mogelijkheden: óf wij weigeren, we blijven op afstand, waardoor dan ook. Verloren door eigen schuld. Óf: wij vluchten en kunnen nergens rust krijgen dan alleen bij Hem. Dan het vervolg van antwoord 35 opdat Hij ons van de eeuwige verdoemenis verloste en het eeuwige leven verwierf. Niet als mogelijkheid, maar als werkelijkheid, zekerheid. Dan mag ik weten: ik ben gekocht en kom zeker aan in de heerlijkheid. Dat is genade. Want ook ik had geen interesse, geen behoefte. Maar Hij, die voor mij stierf, heeft mij getrokken en tot Zich gebracht. Omdat Hij mij liefhad, gekregen had. Uitverkoren!

In Galaten 3 blijkt de onzekerheid toch weer binnengeslopen te zijn. Via de achterdeur: doe ik er wel genoeg aan, toon ik me het wel waard, zou ik niet veel meer Hem moeten danken en dienen? O gij uitzinnige Galaten. Er hoeft niets van ons bij. Niet van tevoren en ook niet achteraf. Het was, is en blijft puur: genade, Jezus’ werk. Hij voor mij.


Vragen om te bespreken of te overdenken:

  1. Herken je dat de kennis van de verlossing je kennis van zonde en dankbaarheid verdiept?
  2. Zegt u makkelijk: Jezus stierf voor mij? Bent u daarin Bijbels?
  3. Vanuit de zwaarte en ruimte van Jezus lijden wordt iedereen genodigd om te komen. Waarom komt niet iedereen? Of: Waarom komt u niet?  
  4. Welke rijkdommen liggen er in als we mogen weten en zeggen: Jezus stierf ook voor mij?
  5. Waar hangt het nu vanaf of je zalig wordt?


Terug


Bron: https://www.hervormdwaarder.nl/nieuws+en+overdenking/11495/Overdenking-op-zondagavond-2-feb-2020:-HC-zondag-15.html