Meditatie: Hunkeren, dorsten, schreeuwen. Naar God.

03 september 2016

"Mijn ziel dorst naar God, naar de levende God, wanneer zal ik ingaan en voor Gods Aangezicht verschijnen?"
Psalm 42:3

In het Psalmboek neemt Psalm 42 een hele bijzondere en geliefde plaats in. En eigenlijk zit heel het geestelijk leven wel opgesloten in deze Psalm. Als in een knop zit heel het Psalmboek in deze Psalm verborgen. En zeker in het begin, dus in onze tekst, geeft de stemvork dan één beleving aan: verlangen, al is dat vrij zwak uitgedrukt. Hunkeren, dorsten, schreeuwen. Naar God.

Psalm 42 is, naar we aannemen, van David, bestemd voor de kinderen van Korach om in de tempel door hen gezongen te worden. Door David gedicht terwijl hij juist niet in de tempel kan komen. Hij is ver weg. Ergens in het noorden van Israel. Het Hermon gebergte. Een paar honderd boven km Jeruzalem. En daar is hij op de vlucht. Op de vlucht voor Saul die hem vervolgd. De man, die het koningschap beloofd had gekregen, tot koning gezalfd was door Samuel, die vlucht als een veldhoen op de bergen, opgejaagd en voortgedreven om zich het vege lijf te redden, om te voorkomen dat Saul hem vindt en doodt. Gods belofte lijkt vergeten en verder weg dan ooit te zijn.

En dan en daar is het dat David door de Heilige Geest het uitroept: mijn ziel dorst naar God, naar de levende God. Wanneer zal ik ingaan en voor Gods Aangezicht verschijnen, je mag ook lezen: Gods Aangezicht zien? David verlangt naar God. Naar God de Vader en Zijn verkiezende liefde. Waaruit al Zijn beloften opwellen. Naar God de Zoon en Zijn verzoenende liefde. Waaruit Hij zichzelf ten offer geeft. Naar God de Heilige Geest en Zijn verzegelende liefde. Van waaruit Hij duldt en verdraagt en blijft wonen in een dwaalziek hart.

En nader ingevuld: waar verlangt David nou naar? Dat Hij het Aangezicht van deze God mag zien. Gods Aangezicht. En Gods Aangezicht is dat wat God van Zich laat merken. Want aan iemands gezicht kun je aflezen hoe hij is. Even voor de duidelijkheid om dat uit te leggen. Als je man als militair naar bijv. Mali gaat, of als je vriend voor een stage van 3 maanden naar Canada gaat dan zegt hij voor vertrek: ik vergeet je niet, echt, ik denk elke dag aan je. En als je een goede relatie hebt, dan twijfel je daar ook geen moment aan. Maar toch… maar toch…. vind je het wel heel fijn dat je tegenwoordig kunt mailen en appen. En al helemaal dat je kunt skypen. Dan je elkaar gezicht kunt zien. Dan merk je en zie je echt dat je man, je vriend aan je denkt en nog steeds van je houdt. En als hij terug is en je ziet zijn gezicht weer dat is het helemaal. Dan kan hij laten merken dat hij aan je heeft gedacht.

Dus dat verlangt David. Dat hij weer zal mogen merken dat God Hem liefheeft en dat God aan hem gedenkt. Dat God dat zal laten blijken. Zal doen ervaren in zijn leven, in zijn hart. Zijn verkiezende liefde, Zijn verzoenende liefde, Zijn verzegelende liefde. Dat God die zal laten merken vanuit Zijn Aangezicht. Met Zijn ogen om te laten merken dat Hij David liefdevol aanziet en altijd bewaart. Met Zijn oren om te laten merken dat Hij David altijd te hoort elke zucht, elke schreeuw van Zijn hart. Met Zijn mond om te laten merken dat Hij spreekt: Ik heb u liefgehad met eeuwige liefde, Ik zal u niet begeven en niet verlaten, Ik zal u opnemen in heerlijkheid. O Mijn beminde, Mijn liefste, Mijn duive.

Mijn ziel dorst naar God, om Zijn Aangezicht te zien. Dat is Geestelijk leven. Dat vertrouwt op het Woord, dat verlangt naar ervaring. Deze ervaring. En we kijken elkaar aan en vragen u, jou: kent u dit? Dit werkt de Heilige Geest in het hart waar Hij woont. Dit verlangen. Dat is bewijs van kindschap van God. Deze dorst wordt verzadigd, in dit leven in gebrokenheid, na dit leven in volkomenheid.



Terug